Uitspraak
1.Geding in cassatie
3.Beslissing
3 oktober 2017.
Hoge Raad
De verdachte, geboren in 1972, stelde cassatieberoep in tegen het vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, waarin hij werd veroordeeld voor witwassen. Het cassatieberoep werd ingediend door de advocaat C. Reijntjes-Wendenburg uit Maastricht.
De Advocaat-Generaal T.N.B.M. Spronken adviseerde tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad oordeelde dat de middelen van cassatie niet tot cassatie konden leiden en dat er geen noodzaak was tot nadere motivering, omdat de middelen geen rechtsvragen opriepen die van belang waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Op 3 oktober 2017 wees de Hoge Raad het arrest waarbij het beroep werd verworpen. De uitspraak werd gedaan door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, samen met raadsheren Y. Buruma en V. van den Brink, in aanwezigheid van de waarnemend griffier L. Nuy.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte in de witwaszaak is verworpen door de Hoge Raad.