Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de middelen
3.Beslissing
3 oktober 2017.
Hoge Raad
In deze zaak heeft de Hoge Raad het cassatieberoep van de verdachte verworpen tegen het arrest van het Gerechtshof Den Haag van 24 maart 2016. De zaak betreft een veroordeling voor mensenhandel. De verdachte stelde meerdere middelen van cassatie voor, onder meer gericht op de bewijswaardering en de motivering van het hof.
De Hoge Raad oordeelde dat de middelen niet tot cassatie konden leiden. De klachten over het falen van de unus testis-regel en andere motiveringsklachten werden niet gegrond bevonden. Ook het middel over de niet-ontvankelijkheidsverklaring door het hof werd verworpen. Gezien artikel 81, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering was nadere motivering niet vereist omdat de middelen geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Advocaat-Generaal had reeds geconcludeerd tot verwerping van het beroep. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren tijdens een openbare terechtzitting op 3 oktober 2017.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof wordt bekrachtigd.