Conclusie
[verdachte]
Verweer inzake artikel 342, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv.)
gehoorddat aangeefster geld aan hem moest afstaan onbegrijpelijk althans ontoereikend gemotiveerd.
Parket bij de Hoge Raad
Het gerechtshof Den Haag heeft verdachte op 24 maart 2016 veroordeeld tot 24 maanden gevangenisstraf wegens mensenhandel, met oplegging van een vrijheidsbeperkende maatregel en gedeeltelijke toewijzing van schadevergoeding aan de benadeelde partij.
Verdachte stelde in cassatie vier middelen aan de orde, waaronder een beroep op artikel 342 lid 2 Sv Pro dat bewijs niet uitsluitend op één getuige mag rusten (unus testis-regel). De Hoge Raad overwoog dat het hof voldoende steunbewijs had gevonden in verklaringen van meerdere getuigen en dat de verklaring van de aangeefster, ondanks haar verstandelijke beperking, niet geheel onbruikbaar was.
Verder oordeelde de Hoge Raad dat het hof de bewijsconstructie ook zonder het betwiste bewijsmiddel (een huurovereenkomst) kon lezen en dat de niet-ontvankelijkverklaring van de vordering tot materiële schadevergoeding door de benadeelde partij begrijpelijk was, gezien de complexiteit en onduidelijkheid over de omvang van de schade.
De Hoge Raad verwierp de middelen van cassatie en bevestigde daarmee het arrest van het hof. De strafrechtelijke veroordeling en de gedeeltelijke schadevergoedingsmaatregel blijven in stand.
Uitkomst: Hoge Raad bevestigt veroordeling voor mensenhandel en wijst cassatieberoep af.