ECLI:NL:HR:2017:2571

Hoge Raad

Datum uitspraak
10 oktober 2017
Publicatiedatum
9 oktober 2017
Zaaknummer
15/05654
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 151 SrArt. 94 SvArt. 423 SvArt. 365a Sv
Verwijzingen
9 uitgaand · 4 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep in zaak doodslag en poging onttrekking lijk aan nasporing

De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag inzake doodslag en poging tot onttrekking van een lijk aan nasporing. De verdachte voerde meerdere klachten aan, waaronder schending van het consultatierecht (Salduz-verweer), onrechtmatigheden rond beslaglegging en schending van artikel 423 Sv Pro.

De Hoge Raad beoordeelde deze klachten en concludeerde dat geen van deze tot cassatie konden leiden. De klachten over het gebruik van een kennelijk leugenachtige verklaring als bewijs, het ontbreken van een beslissing over in beslag genomen goederen, en de afwijzing van verzoeken tot toevoeging van processtukken werden stuk voor stuk verworpen.

De Hoge Raad zag geen noodzaak tot nadere motivering omdat de klachten niet leidden tot rechtsvragen die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Het beroep werd derhalve verworpen en het arrest van het hof bleef in stand.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof blijft ongewijzigd.

Uitspraak

10 oktober 2017
Strafkamer
nr. S 15/05654
ABO
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 11 november 2015, nummer 22/001393-11, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1986.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft C. Reijntjes-Wendenburg, advocaat te Maastricht, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Procureur-Generaal J. Silvis heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsvrouwe heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
10 oktober 2017.