ECLI:NL:HR:2017:2580

Hoge Raad

Datum uitspraak
10 oktober 2017
Publicatiedatum
10 oktober 2017
Zaaknummer
16/01141
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 311 SvArt. 326 SvArt. 81 RO
Verwijzingen
7 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling van opname van nieuwe verweren in proces-verbaal bij dupliek en laatste woord

In deze zaak heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie van verdachte verworpen tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Het centrale geschil betrof de vraag of in het proces-verbaal van de terechtzitting de zakelijke inhoud van de dupliek van de raadsman en het laatste woord van de verdachte moet worden opgenomen.

De Hoge Raad verduidelijkt dat volgens artikel 81, eerste lid, van het Wetboek van Rechtsvordering en artikel 326, vierde lid, van het Wetboek van Strafvordering, indien tijdens de dupliek of het laatste woord een nieuw verweer of standpunt wordt ingebracht, de raadsman het verzoek kan doen om dit in het proces-verbaal op te nemen. Dit verzoek is de verantwoordelijkheid van de raadsman en niet van de rechter.

De Hoge Raad achtte nadere motivering niet nodig omdat de middelen geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Het arrest bevestigt de bestaande rechtspraak en benadrukt de rol van de raadsman bij het verzoek tot opname van nieuwe verweren in het proces-verbaal.

Uitkomst: Het beroep in cassatie van verdachte wordt verworpen.

Uitspraak

10 oktober 2017
Strafkamer
nr. S 16/01141
MD/LBS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, van 11 februari 2016, nummer 21/003613-13, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1964.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft H.M.W. Daamen, advocaat te Maastricht, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
10 oktober 2017.