5.2.Het hof heeft deze bewezenverklaring doen steunen op de inhoud van de bewijsmiddelen die zijn opgenomen in de aanvulling op het arrest als bedoeld in art. 365a lid 2 Sv. Het verkorte arrest bevat daarnaast – voor zover hier van belang – de volgende bewijsoverwegingen:
“3.1. Vaststelling feiten
Informatie uit het register van de Kamer van Koophandel leert dat verdachte sinds 4 maart 2004 enig aandeelhouder en bestuurder is van [A] BV, welk bedrijf op diezelfde datum is opgericht. [A] BV is op zijn beurt vanaf 4 maart 2004 enig aandeelhouder en bestuurder van [B] BV, eveneens opgericht op 4 maart 2004. Verdachte heeft over [A] verklaard dat hij en [betrokkene 3] dit bedrijf samen hebben opgericht en dat zij daarvoor geld hebben geleend van [betrokkene 4] . Ook het bedrijf [B] had verdachte naar eigen zeggen samen met [betrokkene 3] .
Van [A] blijkt uit het dossier dat de administratie werd gedaan door een boekhouder genaamd [betrokkene 5] . [betrokkene 5] heeft verklaard dat hij verdachte [verdachte] ‘via via’ heeft leren kennen: “Volgens mij via die [betrokkene 4] (het hof begrijpt: medeverdachte [betrokkene 4] ). Zoals ik mij kan herinneren kwam die [verdachte] samen met [betrokkene 4] binnen (...). En of ik voor hem ook de administratie kon doen.” Verdachte heeft erkend dat de administratie door een boekhouder werd gedaan. Verdachte heeft verklaard dat hij de bankafschriften meenam naar de boekhouder en dat de rekeningen die hij van de boekhouder kreeg, door hem en [betrokkene 3] werden betaald.
Vanaf 14 juni 2007 is het bedrijf [B] BV overgegaan in het bedrijf [C] .
Uit naam van de bedrijven [A] BV (feit 1) en [B] BV (feit 2) zijn werkgeversverklaringen verstrekt aan de in de tenlastelegging genoemde personen. Deze werkgeversverklaringen zijn ondertekend en gestempeld door verdachte en gebruikt bij de aanvraag voor hypothecaire leningen voor de koop van de in de tenlastelegging genoemde woningen. Volgens de werkgeversverklaringen van [betrokkene 1] (feit 1) zou hij sinds 1 juni 2004 werkzaam zijn bij [A] BV (het hof begrijpt: [A] BV) als inkoper. [betrokkene 1] heeft verklaard in werkelijkheid niets voor het bedrijf te hebben ingekocht. Volgens de werkgeversverklaring van [betrokkene 2] (feit 2) is hij sinds 1 april 2004 werkzaam bij het bedrijf [B] BV en verdient hij jaarlijks in totaal € 42.223,34. [betrokkene 2] heeft verklaard dat hij de gegevens op de betreffende werkgeversverklaring heeft ingevuld en dat de salarisgegevens niet naar waarheid zijn ingevuld.
In de woningen [a-straat 1] te Nieuwegein, [c-straat 1] te Rotterdam en [d-straat 1] te Bergen op Zoom zijn op een gegeven moment hennepkwekerijen aangetroffen. Het voorgaande is gerelateerd in de zaaksdossiers 2 en 10 (feit 1) en 5 en 7 (feit 2).
Daarnaast is zaaksdossier 3 van belang. Hierin wordt beschreven dat [betrokkene 6] eind mei 2005 een woning aan de [e-straat 1] te Tytsjerk heeft gekocht, en dat daarvoor op 15 juni 2005 een hypothecaire lening aan hem is verleend. [betrokkene 6] heeft omtrent de gang van zaken rond deze koop en hypotheekverlening verklaard:
“O: Op 31 oktober 2006 is er door [betrokkene 7] , van de Rabobank Nederland te Amsterdam, aangifte gedaan betreffende hypotheekfraude. In deze aangifte wordt onder zaak 3 de woning [e-straat 1] te Tytsjerk bedoeld.
V: Wat kun je daar over verklaren?
A: Ik had de woning aan de [f-straat 1] te Leeuwarden al gekocht toen een Vietnamese man aan mij vroeg of ik nog een woning aan de [e-straat 1] in Tytsjerk wilde kopen. Deze woning zou weer onderverhuurd worden. De Vietnamese man zou verder regelen hoe ik het huis zou moeten kopen.
V: Wie is die Vietnamese man?
A: Die man heet [betrokkene 3] .
V: Waar ken je die man van?
A: Ik ken hem via een andere man: [verdachte] . Ik ken [verdachte] al uit de tijd dat ik in Emmen woonde.
V: Je had al een woning gekocht. Hoe is het toen verder gegaan?
A: [betrokkene 3] en [verdachte] zeiden tegen mij dat ze alles verder zouden regelen en dat hebben ze ook gedaan.
(...)
V: Hoe lang heb je gewoond in de woning in Tytsjerk?
A: Ik heb nooit in de woning in Tytsjerk gewoond. Deze woning is verhuurd.
(...)
V: Aan wie is deze woning verhuurd?
A: Aan een Turkse man genaamd [...]. Ik kreeg van deze man € 1000,- per maand.
V: Wat deed jij met die € 1000,-?
A: Van de € 1000,- moest ik € 540,- aan aflossing van de hypotheek betalen, de rest was voor mijzelf.
V: Op welke manier kwam je terecht bij de Rabobank Bergum-Oostermeer?
A: Via [betrokkene 3] en [verdachte] , ik heb hun advies opgevolgd want ik spreek de Nederlandse taal niet. [betrokkene 3] en [verdachte] spreken de Nederlandse taal wel.
Het huis kostte € 164.000,- daarover heen kwam 10% administratiekosten. Ik moest van [betrokkene 3] en [verdachte] € 20.000,- extra lenen en hiervan moest ik 5% aan [betrokkene 3] en [verdachte] betalen.”
[betrokkene 6] heeft voorts verklaard dat [betrokkene 3] en [verdachte] beiden mee zijn geweest naar de notaris om het huis te kopen. [betrokkene 6] heeft medeverdachte [betrokkene 3] herkend als de door hem genoemde ‘ [betrokkene 3] ’. Toen [betrokkene 6] werd voorgehouden dat deze persoon in werkelijkheid [betrokkene 3] heet, verklaarde hij: “Het kan zijn dat ik het niet goed heb verstaan. Ik kom uit het Noorden van Vietnam, daar lijkt [betrokkene 3] en [betrokkene 3] qua uitspraak veel op elkaar". Dit is door de tolk die bij het verhoor aanwezig was, bevestigd.
[betrokkene 6] heeft daarnaast verdachte op een aan hem getoonde foto herkend als de door hem genoemde ‘ [verdachte] ’. Daarbij heeft hij aangegeven dat hij via [verdachte] , verdachte, in contact is gekomen met [betrokkene 3] .
Ten aanzien van de aan de bank overgelegde werkgeversverklaring heeft [betrokkene 6] verklaard dat [betrokkene 3] dit document voor hem heeft geregeld en dat hij dit document bij zich had toen ze naar de bank gingen voor het afsluiten van de hypothecaire lening. [betrokkene 6] heeft in werkelijkheid nooit bij het op de werkgeversverklaring genoemde bedrijf gewerkt. Naast de werkgeversverklaring werden er loonspecificaties gemaakt om de hypotheek bij de bank af te kunnen sluiten. Het vermeende salaris dat op de rekening van [betrokkene 6] werd gestort, werd door hem opgenomen en vervolgens teruggeven aan [betrokkene 3] en [verdachte] , zo heeft [betrokkene 6] verklaard.
Op 26 maart 2006 is in de woning aan de [e-straat 1] te Tytsjerk een hennepkwekerij aangetroffen.
Naast het voorgaande is ook zaaksdossier 4 van belang. Dit zaaksdossier ziet op de koop van de woning aan de [g-straat 1] te Leeuwarden op 19 mei 2005 door [betrokkene 8] , echtgenote van [betrokkene 9] . Voor het bekostigen van deze woning is op 7 juli 2005 een hypothecaire lening aan voornoemde personen verstrekt. Bij de aanvraag voor die lening werd door [betrokkene 8] een werkgeversverklaring van het bedrijf [D] verstrekt, welke achteraf vals bleek te zijn. [betrokkene 9] heeft over de gang van zaken rond de koop van de woning en de hypotheekverlening verklaard:
“O: Op 31 oktober 2006, is er door [betrokkene 7] , werkzaam als senior adviseur Operationele Zaken bij de afdeling Crisismanagement en Fraudebestrijding van de Rabobank Nederland, gevestigd aan de Croeselaan 18 te 3521 CB Utrecht, aangifte gedaan betreffende hypotheekfraude. Deze aangifte heeft betrekking op het pand: [g-straat 1] te [plaats] .
V: Op welke manier kwamen jullie terecht bij de Rabobank Nederland?
A: Nadat ik de woning gevonden had ben ik naar de makelaar gegaan om het huis te kopen, vervolgens ben ik naar de Rabobank gegaan om een hypotheek af te sluiten. Bij de Rabobank was op dat moment een lage rente.
V: Is er iemand die jullie hierbij heeft geholpen cq. geïnformeerd?
A : Ja, we hebben hulp gehad van een tolk.
(...)
V: Hoe zag de tolk er uit?
A: Ik heb hem één keer ontmoet in de kroeg. Hij heeft zich vrijwillig aangeboden om op te treden als tolk.
(...)
Deze derde persoon heeft aangeboden om ons te helpen met de koop van de nieuwe woning. We hadden al een hypotheek en konden daardoor geen 2e hypotheek afsluiten.
V: Jullie konden geen 2e hypotheek afsluiten, hoe kan een derde persoon dan wel een hypotheek voor jullie afsluiten?
A: Ik weet niet hoe deze derde persoon dit heeft geregeld, wij moesten hem daarvoor betalen.
V: Hoeveel moesten jullie hem daarvoor betalen?
A: Wij moesten hem bijna € 2000,00 daarvoor betalen. Hij kon onze wensen waarmaken.
V: Hoe heet deze derde persoon?
A: Ik weet zijn naam niet. Jullie hebben mij eerder een foto laten zien, bij de eerste ontmoeting was deze man ook bij de derde persoon aanwezig. Wij moesten het hele salaris van mijn vrouw overmaken aan deze derde persoon.
O: Deze foto is voorzien van documentnummer OVG-007-25 (hof: dit betreft een foto van [betrokkene 4] ).
V: Jullie moesten eerst € 2000,00 betalen aan de derde persoon en vervolgens ook nog twee keer het salaris van jouw vrouw betalen aan deze derde persoon?
A: Ja, dat klopt. Wij waren de dupe van de derde persoon. Wij hebben [D] BV nog nooit gezien of gehoord.
V: Is de derde persoon de tolk?
A: Ja. Van vervalste documenten weten wij niets af. Door hulp van de derde persoon/tolk zijn wij nu de dupe geworden.
(…)
V: Wij tonen verdachte document OVG-007-29. Wie is dit?
A: Ja, dit is de tolk, ik ben hier zeker van, Ik herken hem door de bril. Er was ook nog een andere, oudere persoon bij.
V: Deze man met de bril heet [betrokkene 3] , ken je deze naam?
A: Nee, ik wist niet dat de tolk zo heette. Ik mocht in de kroeg geen namen weten.
V: Hoeveel personen waren er bij de eerste ontmoeting?
A: Vijf of zes personen waaronder een Nederlander, een Vietnamees en vermoedelijk een Indonesische. Ik weet niet welke nationaliteit de man met de bril heeft, ik vermoed Vietnamees of Chinees. Hij spreekt vloeiend Vietnamees. Ook was er nog een andere Vietnamees bij die ouder is dan de man met de bril.
V: Wij tonen je documentnummer OVG-007-03-01. Wie is deze persoon?
A: Dit is de oudere Vietnamese man. Ik weet zijn naam niet.
V: Deze man is genaamd: [verdachte] . Ken je die naam?”
[betrokkene 9] heeft voorts verklaard dat de tolk ( [betrokkene 3] ) alle documenten bij zich had toen ze de hypotheek gingen afsluiten en dat hij en [betrokkene 8] beiden hun handtekening hebben gezet.
[betrokkene 8] heeft verklaard dat ene ‘ [...] ’ haar advies gaf om een huis te kopen, dat de overgelegde werkgeversverklaring vals is en dat zij dit document van ‘ [...] ’ gekregen heeft. Daarnaast heeft zij verklaard dat ze niet daadwerkelijk in de betreffende woning hebben gewoond.
Op 7 maart 2006 is in de woning een hennepkwekerij aangetroffen.
[D] / [betrokkene 4]
Alle werkgeversverklaringen in de zaaksdossiers 3 en 4 zijn afgegeven door het bedrijf [D] . Dit betreft een bedrijf op naam van [betrokkene 4] . [betrokkene 4] heeft verklaard dat dit het tweede bedrijf is dat hij op verzoek van ‘ [betrokkene 3] ’ ( [betrokkene 3] ) - tegen betaling - op naam kreeg. [betrokkene 4] heeft werkgeversverklaringen ondertekend, terwijl hij nooit daadwerkelijk iemand voor het bedrijf heeft zien werken. [betrokkene 4] was alleen op papier eigenaar en heeft nooit enige controle binnen het bedrijf uitgevoerd. [betrokkene 3] was feitelijk de eigenaar.