Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3. Beslissing
10 oktober 2017.
Hoge Raad
De verdachte stelde beroep in cassatie in tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch in een strafzaak betreffende verduistering van een huurauto. Namens de verdachte diende advocaat G. Spong een schriftuur in. De Advocaat-Generaal concludeerde dat het cassatieberoep niet-ontvankelijk moest worden verklaard op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad beoordeelde de ontvankelijkheid van het beroep en oordeelde dat de klachten onvoldoende waren om behandeling in cassatie te rechtvaardigen. De klachten waren klaarblijkelijk niet geschikt om tot cassatie te leiden en de partij had onvoldoende belang bij het beroep. Daarom werd het beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Het arrest werd uitgesproken op 10 oktober 2017 door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, samen met raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers. Het arrest bevestigt de strenge toepassing van artikel 80a RO bij falende bewijsklachten in strafzaken.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens falende bewijsklacht en onvoldoende belang.