ECLI:NL:HR:2017:2594

Hoge Raad

Datum uitspraak
10 oktober 2017
Publicatiedatum
11 oktober 2017
Zaaknummer
16/05104
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 552 Sv
Verwijzingen
5 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlening verlof voor verstrekking inbeslaggenomen documenten aan Russische autoriteiten

In deze zaak heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan over het verlenen van verlof aan de rechter-commissaris om inbeslaggenomen documenten ter beschikking te stellen aan het openbaar ministerie, met het oog op overdracht aan de Russische autoriteiten. Het verzoek tot rechtshulp werd door de rechtbank Midden-Nederland toegewezen, waarna klaagster in cassatie ging tegen deze beschikking.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep van klaagster verworpen. De middelen tot cassatie boden geen grond voor vernietiging en er was geen aanleiding tot nadere motivering, mede gelet op het belang van de rechtseenheid en rechtsontwikkeling. De uitspraak bevestigt de toepassing van artikel 81 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie in samenhang met artikel 552, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering.

Deze beschikking bouwt voort op eerdere jurisprudentie, waaronder ECLI:NL:HR:2013:1110, en sluit aan bij de rechtspraak over internationale rechtshulp en de procedure rond het verstrekken van inbeslaggenomen bewijsstukken aan buitenlandse autoriteiten.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het verlof tot verstrekking van inbeslaggenomen documenten aan Russische autoriteiten blijft van kracht.

Uitspraak

10 oktober 2017
Strafkamer
nr. S 16/05104 B
AKA
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats Groningen, van 28 september 2016, nummer RK 13/742, betreffende het verlenen van verlof als bedoeld in art. 552p, tweede lid, Sv, in de zaak van:
[klaagster], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1967.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de klaagster. Namens deze heeft G.G.J. Knoops, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal W.H. Vellinga heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
10 oktober 2017.