Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de middelen
3.Beslissing
10 oktober 2017.
Hoge Raad
In deze zaak heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan over het verlenen van verlof aan de rechter-commissaris om inbeslaggenomen documenten ter beschikking te stellen aan het openbaar ministerie, met het oog op overdracht aan de Russische autoriteiten. Het verzoek tot rechtshulp werd door de rechtbank Midden-Nederland toegewezen, waarna klaagster in cassatie ging tegen deze beschikking.
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep van klaagster verworpen. De middelen tot cassatie boden geen grond voor vernietiging en er was geen aanleiding tot nadere motivering, mede gelet op het belang van de rechtseenheid en rechtsontwikkeling. De uitspraak bevestigt de toepassing van artikel 81 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie in samenhang met artikel 552, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering.
Deze beschikking bouwt voort op eerdere jurisprudentie, waaronder ECLI:NL:HR:2013:1110, en sluit aan bij de rechtspraak over internationale rechtshulp en de procedure rond het verstrekken van inbeslaggenomen bewijsstukken aan buitenlandse autoriteiten.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het verlof tot verstrekking van inbeslaggenomen documenten aan Russische autoriteiten blijft van kracht.