Uitspraak
wonende te [woonplaats],
zetelende te Amsterdam,
1.Het geding in feitelijke instantie
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
13 oktober 2017.
Hoge Raad
Betrokkene heeft tegen een beschikking van de rechtbank Amsterdam beroep in cassatie ingesteld. De beschikking betrof de toepassing van artikel 81 lid 1 van Pro het Wetboek van Rechtsvordering (RO) in het kader van de Wet Bopz. De rechtbank had geoordeeld dat aan de gevaarcriteria was voldaan en dat er voldoende inspanning was geleverd door de deskundige om betrokkene te onderzoeken.
De officier van justitie heeft geen verweerschrift ingediend, terwijl de plaatsvervangend Procureur-Generaal concludeerde tot verwerping van het cassatieberoep. Betrokkene heeft hierop gereageerd met een brief.
De Hoge Raad heeft de klachten van betrokkene onderzocht maar geoordeeld dat deze niet tot cassatie konden leiden. Gezien artikel 81 lid 1 RO Pro was geen nadere motivering vereist omdat de klachten niet leidden tot beantwoording van rechtsvragen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Daarom heeft de Hoge Raad het cassatieberoep verworpen en de beschikking van de rechtbank Amsterdam bekrachtigd.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bekrachtigt de beschikking van de rechtbank Amsterdam.