ECLI:NL:HR:2017:2621

Hoge Raad

Datum uitspraak
13 oktober 2017
Publicatiedatum
13 oktober 2017
Zaaknummer
16/04332
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt aansprakelijkheid advocaat bij vaststellingsovereenkomst zonder voorbehoud in letselschadezaak

In deze zaak staat de vraag centraal of een advocaat tekort is geschoten in zijn beroepsuitoefening door namens zijn cliënt een vaststellingsovereenkomst te sluiten met de verzekeraar van de automobilist zonder een voorbehoud te maken voor toekomstige medische ontwikkelingen. De zaak betreft een letselschadegeschil waarbij de eiseres stelt dat de advocaat onzorgvuldig heeft gehandeld.

De Hoge Raad verwijst naar het vonnis van de rechtbank Limburg en het arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch, waarin de aansprakelijkheid van de advocaat is vastgesteld. Het cassatieberoep van eiseres richt zich tegen deze uitspraken, maar de Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden.

Gezien artikel 81 lid 1 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is geen nadere motivering vereist omdat de klachten niet leiden tot beantwoording van rechtsvragen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. De Hoge Raad verwerpt het beroep en veroordeelt eiseres in de kosten van het geding in cassatie.

De uitspraak benadrukt het belang van zorgvuldigheid bij het sluiten van vaststellingsovereenkomsten in letselschadezaken, met name het maken van voorbehouden voor toekomstige ontwikkelingen in de medische situatie van de cliënt.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en eiseres wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.

Uitspraak

13 oktober 2017
Eerste Kamer
16/04332
LZ
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[eiseres],
wonende te [woonplaats],
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. A.H. Vermeulen,
t e g e n
[verweerder],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. J. van Duijvendijk-Brand.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en [verweerder].

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak C/03/174854/HA ZA 12-374 van de rechtbank Limburg van 4 juni 2014;
b. het arrest in de zaak 200.158.602/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 3 mei 2016.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[verweerder] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor [verweerder] toegelicht door zijn advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiseres] heeft bij brief van 21 september 2017 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 396,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, T.H. Tanja-van den Broek en C.E. du Perron, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer T.H. Tanja-van den Broek op
13 oktober 2017.