Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het eerste en het tweede middel
3.Beoordeling van het derde middel
3.Beslissing
17 oktober 2017.
Hoge Raad
Op 21 februari 2013 weigerde verdachte samen met anderen buitengewoon opsporingsambtenaren de toegang tot het clubhuis van een motorclub in Barneveld. De toezichthouders wilden controleren op naleving van de Algemene Plaatselijke Verordening Barneveld en de Drank- en Horecawet. Verdachte gaf op krachtige en dreigende toon te kennen dat de opsporingsambtenaren niet welkom waren en dat zij het clubhuis niet mochten betreden.
Het hof stelde vast dat verdachte door zijn verbale uitingen en het sluiten van de deur het betreden van het clubhuis door de toezichthouders heeft belet, hetgeen valt onder het begrip 'beletten' zoals bedoeld in art. 184 Sr Pro. De Hoge Raad oordeelde dat het hof deze term niet onjuist heeft uitgelegd en dat het oordeel niet onbegrijpelijk is.
Het cassatieberoep van verdachte werd verworpen. De Hoge Raad bevestigde daarmee de strafrechtelijke aansprakelijkheid van verdachte voor het beletten van een ambtenaar bij de uitvoering van diens toezichtbevoegdheden.
Uitkomst: Verdachte is schuldig bevonden aan het opzettelijk beletten van toezichthouders het clubhuis te betreden.