Conclusie
eerste middelbevat de klacht dat het hof heeft verzuimd in het bijzonder de redenen op te geven waarom het is afgeweken van een door de verdediging naar voren gebracht uitdrukkelijk onderbouwd standpunt inzake de rechtmatigheid van het optreden van de ambtenaren.
tweede middelis het hof bij de bewezenverklaring uitgegaan van een onjuiste uitleg van het begrip “ter uitvoering van enig wettelijk voorschrift”, althans kunnen de bewijsmiddelen die bewezenverklaring niet dragen.
derde middelklaagt dat het hof bij de bewezenverklaring is uitgegaan van een onjuiste uitleg van het begrip “beletten”, althans de bewijsmiddelen die bewezenverklaring niet kunnen dragen.
de voltooiingvan de ondernomen handeling, terwijl onder belemmeren het bemoeilijken van die ondernomen handeling wordt verstaan. Van het verijdelen van een handeling is sprake wanneer een reeds volbrachte handeling krachteloos wordt gemaakt of mislukt doordat daaraan het beoogde gevolg wordt ontnomen.
ondernomen handelingin de zin van art. 184 lid 1 Sr Pro. In deze zaak was bewezenverklaard dat de kastelein, nadat in zijn bierhuis twee agenten in burger zich bekend hadden gemaakt, een opsporingsonderzoek naar overtredingen van de Drankwet had verijdeld door: