Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het eerste middel
3.Beoordeling van het tweede middel
4.Slotsom
5.Beslissing
17 oktober 2017.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep ingesteld door de verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag. In een eerdere procedure was de verdachte vrijgesproken van het onder 4 tenlastegelegde en veroordeeld voor de feiten onder 1, 2 en 3. De Hoge Raad vernietigde het arrest deels en wees de zaak terug naar het Hof voor hernieuwde berechting.
Het Hof veroordeelde de verdachte vervolgens ook voor het onder 4 tenlastegelegde, terwijl de Hoge Raad in haar terugwijzingsopdracht had bepaald dat dit feit onherroepelijk was vrijgesproken. De Hoge Raad oordeelt dat het Hof hiermee de terugwijzingsopdracht heeft miskend.
De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest van het Hof uitsluitend voor het onder 4 tenlastegelegde en de strafoplegging en verwijst de zaak terug naar het Hof Den Haag om het bestaande hoger beroep opnieuw te berechten en af te doen conform de eerdere vrijspraak.
De overige middelen van cassatie worden verworpen. Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en uitgesproken in openbare terechtzitting op 17 oktober 2017.
Uitkomst: Het arrest van het Hof wordt deels vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting van het onder 4 tenlastegelegde en de strafoplegging.