Uitspraak
1.De uitspraak waarvan herziening is gevraagd
2.De aanvraag tot herziening
3.De conclusie van de Advocaat-Generaal
4.Beoordeling van de aanvraag
5.Slotsom
6.Beslissing
17 oktober 2017.
Hoge Raad
De aanvrager werd door de Politierechter veroordeeld tot een gevangenisstraf van drie maanden wegens het als vreemdeling in Nederland verblijven terwijl hij wist dat hij tot ongewenste vreemdeling was verklaard. Na de veroordeling werd een aanvraag tot herziening ingediend op grond van een persoonsverwisseling.
De Advocaat-Generaal concludeerde dat de zaak verwezen moet worden naar het gerechtshof voor een nieuwe berechting. De Hoge Raad oordeelde dat er sprake is van een nieuw gegeven als bedoeld in art. 457, eerste lid aanhef en onder c, Sv, dat bij de oorspronkelijke terechtzitting niet bekend was en dat ernstige twijfel oproept over de juistheid van de veroordeling.
De Hoge Raad verklaarde de aanvraag tot herziening gegrond, beval opschorting of schorsing van de tenuitvoerlegging van het vonnis en verwees de zaak naar het Gerechtshof Den Haag voor hernieuwde berechting en afdoening volgens art. 472, tweede lid, Sv.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de aanvraag tot herziening gegrond wegens persoonsverwisseling en verwijst de zaak naar het gerechtshof voor hernieuwde berechting.