Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Tenlastelegging en beslissing op een ontvankelijkheidsverweer
3.Juridisch kader
4.Beoordeling van het eerste middel
5.Beoordeling van de middelen voor het overige
6.Beslissing
31 oktober 2017.
Hoge Raad
De zaak betreft een verdachte rechtspersoon die zonder kennisgeving twee containers met oud papier van het Verenigd Koninkrijk naar Saoedi-Arabië heeft overgebracht, in strijd met de EG-verordening over afvalstoffen. De verdediging voerde een niet-ontvankelijkheidsverweer op grond van het ne bis in idem-beginsel, omdat de verdachte eerder in Schotland een schriftelijke waarschuwing ('final warning') had ontvangen van het Schotse milieubeschermingsagentschap (SEPA).
Het hof stelde vast dat deze waarschuwing geen definitieve strafrechtelijke beslissing was die vervolging in Nederland uitsluit. De waarschuwing hield een waarschuwing in dat een toekomstige overtreding zou leiden tot een rapport aan de Procurator Fiscal, de bevoegde vervolgingsautoriteit in Schotland, maar was zelf geen beslissing die strafvervolging definitief beëindigt. Het hof oordeelde dat artikel 68, derde lid, Sr niet van toepassing was omdat er geen sprake was van voldoening aan een voorwaarde ter voorkoming van strafvervolging.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verwierp het cassatieberoep. De brief van SEPA werd niet aangemerkt als een beschikking die het ne bis in idem-beginsel in de zin van artikel 54 SUO Pro en artikel 50 Handvest Pro EU toepasbaar maakt. Daarmee blijft vervolging in Nederland ontvankelijk. De Hoge Raad benadrukte dat het ne bis in idem-beginsel ruim moet worden uitgelegd, maar dat dit niet betekent dat iedere waarschuwing of brief een definitieve strafrechtelijke beslissing inhoudt.
De Hoge Raad wees ook op relevante jurisprudentie van het Hof van Justitie van de EU, waarin is bepaald dat alleen onherroepelijke beslissingen die het recht tot strafvordering definitief doen vervallen, vervolging in andere lidstaten uitsluiten. De brief van SEPA voldeed hier niet aan. Het beroep werd daarom verworpen en de vervolging in Nederland werd bevestigd.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt verworpen en de vervolging in Nederland blijft ontvankelijk.