Conclusie
eerste middelklaagt dat het hof het openbaar ministerie ten onrechte ontvankelijk heeft verklaard in de vervolging door daarbij ten onrechte te overwegen dat het (internationale) ne bis in idem-beginsel, neergelegd in art. 50 van Pro het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, art. 54 van Pro de Schengen Uitvoeringsovereenkomst en art. 68 Sr Pro, niet zou zijn geschonden.
Ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie in de vervolging
1.Ne bis in idem
18.Het eerste middelfaalt.
tweede middelklaagt dat het hof zijn oordeel dat geen sprake is van schending van art. 6 EVRM Pro op grond waarvan het openbaar ministerie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard onbegrijpelijk en/of ontoereikend heeft gemotiveerd.
Ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie in de vervolging