ECLI:NL:HR:2017:2900

Hoge Raad

Datum uitspraak
17 november 2017
Publicatiedatum
16 november 2017
Zaaknummer
16/05459
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 382 RvArt. 387 Rv
Verwijzingen
6 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep inzake herroeping arrest wegens vermeend bedrog en achterhouding bewijs

Holland America Bulb Farms Incorporated (HABF) stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het gerechtshof Amsterdam, waarin haar vordering werd afgewezen. HABF stelde dat herroeping van het arrest gerechtvaardigd was op grond van bedrog door de wederpartij en het achterhouden van beslissende stukken. De Hoge Raad verwijst naar eerdere vonnissen en arresten in de zaak en beoordeelt het cassatieberoep aan de hand van artikel 81 lid 1 RO Pro en artikel 382 Rv Pro.

De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten niet leiden tot cassatie, omdat de feiten en omstandigheden onvoldoende zijn om te concluderen dat sprake is van bedrog of achterhouding van bewijs die herroeping rechtvaardigen. De klachten behoeven geen nadere motivering, aangezien zij niet bijdragen aan de rechtsontwikkeling of rechtseenheid.

Het beroep wordt verworpen en HABF wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding, die aan de zijde van Midbrook nihil worden begroot. Het arrest is gewezen door raadsheren van de Hoge Raad en in het openbaar uitgesproken op 17 november 2017.

Uitkomst: Cassatieberoep verworpen; arrest van het hof Amsterdam bekrachtigd.

Uitspraak

17 november 2017
Eerste Kamer
16/05459
TT/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
HOLLAND AMERICA BULB FARMS INCORPORATED,
gevestigd te Woodland, Washington, Verenigde Staten van Amerika,
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. J. van Weerden,
t e g e n
MIDBROOK FLOWERBULBS HOLLAND B.V.,
gevestigd te Den Helder,
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als HABF en Midbrook.

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak C/15/222158/HA ZA 15-99 van de rechtbank Noord-Holland van 27 mei 2015;
b. het arrest in de zaken 200.168.848/01 en 200.172.156/01 van het gerechtshof Amsterdam van 28 juni 2016.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft HABF beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen Midbrook is verstek verleend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal P. Vlas strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van HABF heeft bij brief van 20 oktober 2017 op die conclusie gereageerd.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt HABF in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Midbrook begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, M.V. Polak en C.E. du Perron, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer T.H. Tanja-van den Broek op
17 november 2017.