Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het eerste middel
3.Slotsom
4.Beslissing
21 november 2017.
Hoge Raad
De verdachte werd vervolgd wegens het niet nakomen van de inlichtingenplicht uit de Algemene bijstandswet en de Wet werk en bijstand, waarbij zij niet had gemeld dat zij samenwoonde met een ander. Het hof had het benadelingsbedrag vastgesteld op basis van het bruto bedrag, wat leidde tot een vervolgingsbeslissing.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof onbegrijpelijk heeft geoordeeld dat het bruto bedrag bepalend is, terwijl de Aanwijzing Sociale Zekerheidsfraude expliciet bepaalt dat bij zaken betreffende de WWB het nadeel het nettobedrag betreft. Dit verschil is essentieel voor de juiste toepassing van de vervolgingscriteria.
Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en wijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde berechting en beslissing. De zaak betreft de juiste uitleg van de Aanwijzing Sociale Zekerheidsfraude en de toepassing daarvan in strafzaken over sociale zekerheidsfraude.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting met toepassing van het nettobedrag.