Uitspraak
1.Geding in cassatie
3.Beslissing
21 november 2017.
Hoge Raad
In deze zaak gaat het om de geldigheid van de betekening van de aanzegging in cassatie op Bonaire, in een strafzaak tegen de verdachte. De aanzegging werd uitgereikt aan de moeder van de verdachte op een adres waar de verdachte niet stond ingeschreven, terwijl in het dossier nog twee andere adressen voorkwamen.
De Advocaat-Generaal concludeerde dat de uitreiking van de aanzegging niet rechtsgeldig had plaatsgevonden, mede gelet op de bijzondere positie van Bonaire binnen het Koninkrijk en de specifieke uitreikingsakten die in het Caribische deel van het Koninkrijk worden gebruikt. De Hoge Raad volgde deze conclusie en besloot dat de zaak van de rol moet worden gevoerd zodat de Procureur-Generaal een nieuwe dagaanzegging kan uitbrengen.
De beslissing betreft een rolbeslissing van de Tweede Enkelvoudige Kamer van de Hoge Raad, uitgesproken op 21 november 2017. Hiermee wordt de procedure correct voortgezet zonder inhoudelijke beoordeling van het cassatieberoep zelf.
Uitkomst: De zaak wordt van de rol gevoerd om een nieuwe rechtsgeldige aanzegging te doen uitgaan.