ECLI:NL:HR:2018:1080

Hoge Raad

Datum uitspraak
3 juli 2018
Publicatiedatum
3 juli 2018
Zaaknummer
16/04412
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 437 Sv
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep cassatie wegens niet-indienen middelen

De verdachte heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Echter heeft de verdachte geen middelen van cassatie ingediend binnen de wettelijk voorgeschreven termijn, zoals vereist door artikel 437, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering.

De Hoge Raad beoordeelt daarom de ontvankelijkheid van het beroep en concludeert dat het beroep niet-ontvankelijk is wegens het niet naleven van de formele vereisten. Dit betekent dat de Hoge Raad niet inhoudelijk op de zaak ingaat.

Het arrest is gewezen door raadsheer E.S.G.N.A.I. van de Griend en uitgesproken tijdens de openbare terechtzitting op 3 juli 2018. Hiermee wordt het beroep van de verdachte verworpen op formele gronden.

Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig indienen van middelen van cassatie.

Uitspraak

3 juli 2018
Strafkamer
nr. S 16/04412 A
AJ
Hoge Raad der Nederlanden
Tweede Enkelvoudige Kamer
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, van 17 december 2015, nummer H 80/15, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren op [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1967.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Middelen van cassatie zijn namens deze niet voorgesteld.

2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is niet in acht genomen het voorschrift van art. 437, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, zodat de verdachte in het beroep niet kan worden ontvangen.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer E.S.G.N.A.I. van de Griend, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
3 juli 2018.