Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3 Beslissing
28 november 2017.
Hoge Raad
In deze zaak stond de verdachte terecht voor doodslag, poging tot doodslag en vernieling van een auto, nadat hij in Amsterdam met een vuurwapen kogels had afgevuurd in de richting van twee personen. De verdediging voerde onder meer een beroep op noodweer(exces) aan. Het gerechtshof Amsterdam oordeelde dat het niet aannemelijk was dat een van de slachtoffers gewapend was.
De verdachte stelde vervolgens cassatieberoep in tegen het arrest van het hof. De Advocaat-Generaal concludeerde dat het cassatieberoep niet-ontvankelijk moest worden verklaard op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie (RO), omdat de klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigden.
De Hoge Raad volgde deze conclusie en oordeelde dat de aangevoerde klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie konden leiden en dat de verdachte onvoldoende belang had bij het cassatieberoep. Daarom werd het beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren tijdens een openbare terechtzitting op 28 november 2017.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte is niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende belang en omdat de klachten niet tot cassatie kunnen leiden.