ECLI:NL:HR:2017:3047

Hoge Raad

Datum uitspraak
1 december 2017
Publicatiedatum
30 november 2017
Zaaknummer
17/01017
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
4 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling informatiebeschikking en termijn voor verstrekking informatie

Belanghebbende stelde cassatieberoep in tegen een uitspraak van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch, waarin het hof oordeelde dat een informatiebeschikking terecht was gegeven. De zaak betreft een geschil over een informatiebeschikking van de Belastingdienst.

De Hoge Raad overweegt dat de middelen niet tot cassatie kunnen leiden en dat geen nadere motivering nodig is omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde zijn. Wel stelt de Hoge Raad, gelet op een recent arrest, een termijn van vier weken vast waarbinnen belanghebbende de gevraagde informatie moet verstrekken.

De Hoge Raad wijst proceskosten af en verklaart het beroep in cassatie ongegrond. De uitspraak is gedaan door drie raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 1 december 2017.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en belanghebbende moet binnen vier weken de gevraagde informatie verstrekken.

Uitspraak

1 december 2017
Nr. 17/01017
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof ’s-Hertogenboschvan 20 januari 2017, nr. 15/00833, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant (nr. AWB 14/1468) betreffende een ten aanzien van belanghebbende gegeven informatiebeschikking.

1.Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.

2.Uitgangspunten in cassatie

Het Hof heeft geoordeeld dat de informatiebeschikking terecht is gegeven. Daartegen richten zich de middelen.

3.Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Nadere termijn voor het verstrekken van de informatie

Gelet op het arrest HR 20 oktober 2017, nr. 16/05582, ECLI:NL:HR:2017:2654, zal de Hoge Raad alsnog een termijn stellen waarbinnen belanghebbende kan voldoen aan de verplichtingen voortvloeiende uit de in de informatiebeschikking vermelde vragen. Die termijn wordt gesteld op vier weken, te rekenen vanaf de dag waarop dit arrest is uitgesproken.

5.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

6.Beslissing

De Hoge Raad:
verklaart het beroep in cassatie ongegrond, en
stelt vast dat belanghebbende de in de informatiebeschikking gevraagde informatie alsnog kan verstrekken binnen een termijn van vier weken, gerekend vanaf de dag waarop dit arrest is uitgesproken.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer M.A. Fierstra als voorzitter, en de raadsheren Th. Groeneveld en J. Wortel, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 1 december 2017.