ECLI:NL:HR:2017:3095

Hoge Raad

Datum uitspraak
8 december 2017
Publicatiedatum
7 december 2017
Zaaknummer
17/02089
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 8:75 Algemene wet bestuursrechtArt. 5 Successiewet 1956Art. 21 Successiewet 1956Art. 53 Successiewet 1956
Verwijzingen
6 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake erfbelastingaanslag

Belanghebbende heeft in hoger beroep bij het Gerechtshof Den Haag bezwaar gemaakt tegen een aan hem opgelegde aanslag in de erfbelasting. Na de uitspraak van het hof heeft belanghebbende cassatie ingesteld bij de Hoge Raad. De Hoge Raad heeft het cassatiemiddel beoordeeld en geoordeeld dat het middel niet tot cassatie kan leiden, omdat het geen rechtsvragen bevat die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad heeft daarom het beroep in cassatie ongegrond verklaard. Tevens heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen aan een van de partijen. De uitspraak bevestigt daarmee de eerdere beslissingen van de lagere rechterlijke instanties.

Deze uitspraak betreft een bestuursrechtelijke en belastingrechtelijke kwestie rondom de Successiewet 1956 en de Algemene wet bestuursrecht. De Hoge Raad heeft het arrest op 8 december 2017 in het openbaar uitgesproken, waarbij de raadsheren Fierstra, Wortel en Beukers-van Dooren het arrest hebben gewezen.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

8 december 2017
Nr. 17/02089
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Den Haagvan 15 maart 2017, nr. BK‑16/00061, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag (nr. SGR 15/6515) betreffende de aan belanghebbende opgelegde aanslag in de erfbelasting.

1.Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een middel voorgesteld.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.

2.Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer M.A. Fierstra als voorzitter, en de raadsheren J. Wortel en A.F.M.Q. Beukers‑van Dooren, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 8 december 2017.