ECLI:NL:HR:2017:3138

Hoge Raad

Datum uitspraak
15 december 2017
Publicatiedatum
14 december 2017
Zaaknummer
17/02374
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond in belastingrechtelijke zaak

Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen uitspraken van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant betreffende verzet tegen eerdere uitspraken. De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend, terwijl een conclusie van repliek van belanghebbende buiten termijn werd ingediend en daarom door de Hoge Raad buiten beschouwing is gelaten.

De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden. Gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie is geen nadere motivering vereist omdat de klachten geen rechtsvragen bevatten die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Verder acht de Hoge Raad geen gronden aanwezig voor een veroordeling in proceskosten. De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond en spreekt dit arrest uit in het openbaar op 15 december 2017.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

15 december 2017
Nr. 17/02374
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de
Rechtbank Zeeland-West-Brabantvan 31 maart 2017, nrs. BRE 16/168, BRE 16/169, BRE 16/170, BRE 16/171 en BRE 16/173, op het verzet van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank van 22 april 2016.

1.Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank op het verzet beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal klachten aangevoerd.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend. Nu deze conclusie bij de Hoge Raad na afloop van de daartoe gestelde termijn is ingediend, slaat de Hoge Raad op dit stuk geen acht.

2.Beoordeling van de klachten

De klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer M.A. Fierstra als voorzitter, en de raadsheren Th. Groeneveld en J. Wortel, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 15 december 2017.