Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
19 december 2017.
Hoge Raad
In deze strafzaak stond de poging tot zware mishandeling centraal waarbij de verdachte zich in een steeg bevond en de aangeefster als een 'junkachtig type' beschouwde. De verdediging voerde aan dat sprake was van (putatief) noodweer of noodweerexces.
Het hof oordeelde dat de enkele omstandigheid dat de verdachte de aangeefster als een junk zag onvoldoende was om te spreken van (putatief) noodweer. Tevens werd de vraag behandeld of de verdachte een reële en redelijke mogelijkheid had om zich aan de aanranding te onttrekken.
De Hoge Raad concludeerde dat het middel van cassatie niet tot cassatie kon leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat het middel geen rechtsvragen van belang voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevatte. Het beroep werd verworpen en het arrest van het hof bleef in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; het arrest van het hof blijft in stand.