ECLI:NL:HR:2017:3204

Hoge Raad

Datum uitspraak
19 december 2017
Publicatiedatum
19 december 2017
Zaaknummer
16/01901
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a ROArt. 552a Sv
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep in beslag op verbeurd verklaarde geldbedragen

In deze zaak heeft de betrokkene beroep in cassatie ingesteld tegen een beschikking van het Gerechtshof Den Haag betreffende een klaagschrift over beslag op geldbedragen. Deze bedragen waren in een nog niet onherroepelijke strafzaak verbeurd verklaard. De advocaat-generaal concludeerde dat het cassatieberoep niet-ontvankelijk moest worden verklaard op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie (RO).

De Hoge Raad oordeelde dat klager onvoldoende belang had bij het cassatieberoep, omdat hij alleen als verdachte in de strafzaak kan opkomen tegen de verbeurdverklaring van de geldbedragen. Het hof had terecht geoordeeld dat klager niet-ontvankelijk was in het klaagschrift. De klachten van klager konden ook niet tot cassatie leiden.

Daarom verklaarde de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Deze beslissing werd genomen door de vice-president en twee raadsheren tijdens een openbare terechtzitting op 19 december 2017.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang.

Uitspraak

19 december 2017
Strafkamer
nr. S 16/01901 B
CB
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van het Gerechtshof Den Haag van 24 maart 2016, nummer AV 001364-15, op een klaagschrift als bedoeld in art. 552a Sv, ingediend door:
[klager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1967.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft A.F.M. den Hollander, advocaat te Rotterdam, een schriftuur ingediend. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal G. Knigge heeft geconcludeerd dat het cassatieberoep met toepassing van art. 80a RO niet-ontvankelijk zal worden verklaard.
Namens de verdachte heeft N. Roos, advocaat te Rotterdam, daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.
De Hoge Raad zal daarom – gezien art. 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep niet-ontvankelijk verklaren.

3. Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
19 december 2017.