Uitspraak
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Amsterdamvan 20 juli 2017, nr. 16/00241, betreffende de aan belanghebbende voor het jaar 2015 opgelegde aanslagen in de waterschapsbelasting.
Hoge Raad
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 20 juli 2017, waarin de aanslagen waterschapsbelasting voor het jaar 2015 zijn bevestigd.
De Hoge Raad heeft de ontvankelijkheid van het cassatieberoep beoordeeld. Gezien de aangevoerde klachten en het belang van belanghebbende, oordeelt de Hoge Raad dat het beroep in cassatie niet-ontvankelijk is omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden of het belang onvoldoende is.
Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en na advies van de Procureur-Generaal verklaart de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Het arrest is op 22 december 2017 in het openbaar gewezen door raadsheren Wortel, Groeneveld en Beukers-van Dooren.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang of omdat de klachten niet tot cassatie kunnen leiden.