ECLI:NL:GHAMS:2017:3119
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging aanslag waterschapsbelasting ondanks beroep op Rijksverzorgingsbeleid Ambonezen
Belanghebbende, kleinzoon van een ex-KNIL-militair van Ambonese afkomst, kreeg voor het kalenderjaar 2015 een aanslag waterschapsbelasting opgelegd voor zijn woonadres. Hij voerde aan dat deze aanslag in strijd was met het Rijksverzorgingsbeleid voor Ambonezen en dat de Staat der Nederlanden deze aanslag zou moeten betalen uit gelden die aan zijn grootvader toekwamen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en het Gerechtshof bevestigde deze uitspraak. Het Hof stelde vast dat belanghebbende aan de wettelijke voorwaarden voor belastingplicht voldeed, namelijk inschrijving in de basisregistratie personen en gebruik van woonruimte binnen het waterschapsgebied. De aanslag was conform de Waterschapswet en de toepasselijke verordeningen opgelegd.
Het beroep op het Rijksverzorgingsbeleid en de stelling dat de aanslag door de Staat betaald zou moeten worden, faalde omdat het Hof alleen bevoegd is over de heffing en niet over de invordering. Daarnaast kon geen vrijstelling worden ontleend aan verdragsrechtelijke of beleidsmatige regelingen. Het Hof verwees belanghebbende voor invorderingsgeschillen naar de burgerlijke rechter.
De uitspraak bevestigt dat ingezetenschap geen vereiste is voor de zuiveringsheffing en dat de aanslag terecht is opgelegd. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de aanslag waterschapsbelasting en verklaart het hoger beroep ongegrond.