Uitspraak
wonende te [woonplaats],
1.Het geding in feitelijke instantie
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
22 december 2017.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
Betrokkene verzocht cassatie tegen de beschikking van de rechtbank Gelderland die een voorlopige machtiging verleende op grond van de Wet Bopz. De rechtbank had het verzoek mondeling behandeld op 19 april 2017 en 22 juni 2017, waarbij betrokkene en zijn advocaat aanwezig waren. De advocaat voerde aan dat de geneeskundige verklaring van 28 maart 2017 verouderd was en dat er gewijzigde feiten en omstandigheden waren sinds die datum.
De Hoge Raad oordeelde dat op grond van art. 5 lid 1 Wet Pro Bopz de betrokkene 'kort tevoren' moet zijn onderzocht en dat de geneeskundige verklaring inzicht moet geven in de actuele situatie. De rechtbank had echter geen aandacht besteed aan het verweer over de verouderde verklaring en de gewijzigde omstandigheden. Hierdoor was de motivering van de beschikking onvoldoende.
De Hoge Raad vernietigde daarom de beschikking van 22 juni 2017 en verwees de zaak terug naar de rechtbank Gelderland voor verdere behandeling en beslissing. De officier van justitie had geen verweerschrift ingediend en de conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal strekte tot vernietiging en verwijzing.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking van de rechtbank en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling.