Conclusie
1.Feiten en procesverloop
2.Bespreking van het cassatiemiddel
konworden door een verklaring van een verpleegkundig specialist, aangezien deze geen psychiater en dus geen
medical expertis. Daarom is niet voldaan aan de eisen van art. 5:7 in Pro verbinding met art. 5:8 lid 1 Wvggz Pro, gelezen in verbinding met art. 5 lid Pro 1, aanhef en onder e, EVRM. Het oordeel van de rechtbank is niet gebaseerd op het oordeel van een psychiater over de actuele gezondheidstoestand van betrokkene. Bovendien is het oordeel volgens de klacht onbegrijpelijk in het licht van de verklaring van de verpleegkundig specialist.
true mental disorder”) die de vrijheidsbeneming kan rechtvaardigen. [3] In EHRM 5 oktober 2000 [4] werd overwogen dat de medische rapportage betrekking moet hebben op de geestelijke gezondheidstoestand van de betrokken persoon, vastgesteld door een medisch specialist (“
medical expert”). Het EHRM vervolgt in par. 47:
ex nunc’). [8] Volgens de memorie van toelichting moet de psychische stoornis “met voldoende zekerheid” zijn vastgesteld, wil de rechter een zorgmachtiging kunnen afgeven. [9] In de Wvggz is geen specifieke bepaling opgenomen over een uiterste ‘houdbaarheidsdatum’ van een medische verklaring.
vóór het verstrijken van de geldigheidsduur van de lopende machtigingdoor de officier van justitie een verzoek was ingediend tot het verlenen van een daarop aansluitende machtiging. In dat geval verleende de geneesheer-directeur alsnog ontslag uit het ziekenhuis zodra de rechter op dat verzoek had beslist of zodra de wettelijke beslistermijn voor de rechter was verstreken zonder een beslissing.
nadat de geldigheidsduur van de voorgaande machtiging was verstrekenen de betrokkene nog (onvrijwillig) in het psychiatrisch ziekenhuis verbleef, kon de rechtbank de verzochte vervolgmachtiging niet verlenen voor langer dan een jaar nadat de geldigheidsduur van de voorgaande machtiging was geëindigd. [22] Inmiddels heeft de Hoge Raad overwogen dat de wetgever met art. 48 lid 1 Wet Pro zorg en dwang, dat een met art. 48 lid 1 Wet Pro Bopz (oud) vergelijkbare bepaling kent, heeft willen aansluiten bij deze regeling onder de Wet Bopz (oud) en dat de zojuist genoemde rechtspraak ook de invoering van de Wzd haar gelding heeft behouden. [23]
aansluitendezorgmachtiging in de zin van de Wvggz.
aansluitendemachtiging (voor de duur van twaalf maanden) kan daarom geen sprake zijn. Dat had de officier van justitie ook niet verzocht: de officier van justitie heeft slechts een ‘gewone’, niet aansluitende, zorgmachtiging voor maximaal zes maanden verzocht.