Uitspraak
[X]te
[Z], Marokko (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de
Centrale Raad van Beroepvan 24 juni 2016, nr. 15/5776 ANW, betreffende een besluit van de Sociale verzekeringsbank ingevolge de Algemene nabestaandenwet.
Hoge Raad
Belanghebbende, woonachtig in Marokko, stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep over een besluit van de Sociale verzekeringsbank inzake de Algemene nabestaandenwet.
De griffier van de Hoge Raad wees belanghebbende bij aangetekende brief op de verplichting tot betaling van griffierecht binnen vier weken. Deze betaling bleef uit. Vervolgens werd belanghebbende opnieuw in de gelegenheid gesteld om binnen vier weken een reden te geven voor het niet betalen, maar de aangevoerde gronden waren onvoldoende.
Op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb verklaarde de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Er werden geen proceskosten aan belanghebbende opgelegd. Het arrest werd uitgesproken door de raadsheren Wortel, Groeneveld en Beukers-van Dooren op 3 maart 2017.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van griffierecht.