Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
7 maart 2017.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden inzake medeplegen van witwassen van geldbedragen die door de gemeente Tiel waren overgeboekt. De verdachte, geboren in 1988, stelde een middel van cassatie voor via zijn advocaat. De Advocaat-Generaal adviseerde tot verwerping van het beroep.
De Hoge Raad oordeelde dat het middel niet tot cassatie kan leiden en dat verdere motivering niet noodzakelijk is omdat het middel geen rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling oproept. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president als voorzitter en twee raadsheren in aanwezigheid van de waarnemend griffier.
Het arrest bevestigt de eerdere uitspraak van het hof en sluit het cassatieberoep af zonder inhoudelijke behandeling van de klacht. Hiermee blijft de veroordeling voor medeplegen van witwassen in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen, waardoor de veroordeling voor medeplegen van witwassen blijft staan.