Belanghebbende, exploitant van kansspelautomaten, betwistte de heffing van kansspelbelasting over deze automaten die per 1 juli 2008 gelijk werd gesteld aan die van tafelspelen in casino's. Het Hof Den Haag oordeelde dat deze gelijke heffing niet leidde tot een individuele en buitensporige last voor belanghebbende, mede omdat het netto bedrijfsresultaat over meerdere jaren niet negatief was.
De Hoge Raad stelt dat een individuele en buitensporige last alleen kan worden aangenomen als de last zich in het concrete geval sterker laat voelen dan in het algemeen, en dat hiervoor bijzondere feiten en omstandigheden nodig zijn die niet voor alle exploitanten gelden. Het Hof heeft echter onvoldoende gemotiveerd waarom het netto bedrijfsresultaat alleen beslissend zou zijn en heeft daarmee het criterium van individuele en buitensporige last niet adequaat toegepast.
Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest van het Hof Den Haag en verwijst de zaak naar het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden voor verdere behandeling en beslissing met inachtneming van de overwegingen in dit arrest. Tevens wordt de Staatssecretaris van Financiën veroordeeld in de proceskosten van het cassatieberoep.