Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de middelen
3.Beslissing
21 maart 2017.
Hoge Raad
De verdachte, geboren in 1972, stelde cassatieberoep in tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 11 september 2015 betreffende gewoontewitwassen van geldbedragen. De advocaat van verdachte diende middelen van cassatie in, waarop de Advocaat-Generaal concludeerde tot verwerping van het beroep.
De Hoge Raad oordeelde dat de middelen niet tot cassatie konden leiden en dat gezien artikel 81, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering geen nadere motivering noodzakelijk was, omdat de middelen geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Daarop werd het beroep verworpen. Het arrest is gewezen door de vice-president van Schendel als voorzitter en raadsheren Buruma en Faase, en uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting op 21 maart 2017.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.