Uitspraak
gevestigd te Rotterdam,
1.Het geding
2.Het tweede geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
31 maart 2017.
Hoge Raad
In deze zaak stond een vordering tot herroeping wegens bedrog centraal, voortkomend uit een faillissementspauliana procedure. Jaya B.V. stelde cassatieberoep in tegen arresten van het gerechtshof Amsterdam, waarin haar vordering was afgewezen. De zaak bouwt voort op eerdere jurisprudentie, waaronder het arrest van de Hoge Raad van 29 november 2013.
De Hoge Raad verwijst naar de eerdere arresten van het hof en het eerdere arrest van de Hoge Raad als uitgangspunt. De advocaat-generaal adviseerde tot verwerping van het cassatieberoep, waarop Jaya B.V. reageerde. De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden en dat geen nadere motivering noodzakelijk is omdat de klachten geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling opleveren.
De Hoge Raad verwerpt het beroep en veroordeelt Jaya B.V. in de proceskosten, inclusief wettelijke rente bij niet tijdige betaling. Dit arrest bevestigt de grenzen van de rechtsstrijd bij vorderingen tot herroeping wegens bedrog in faillissementspauliana zaken en benadrukt de terughoudendheid van de Hoge Raad in cassatieprocedures zonder relevante rechtsvragen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van Jaya B.V. wordt verworpen en zij wordt veroordeeld in de proceskosten.