Uitspraak
wonende te [woonplaats] ,
wonende te [woonplaats] , Italië,
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
4.Beslissing
31 maart 2017.
Hoge Raad
De zaak betreft de vraag of een verkoopmakelaar recht heeft op courtage nadat koper zich op een ontbindende voorwaarde wegens financiering beroept en verkoper dit beroep aanvaardt.
De koop van een woning onder financieringsvoorbehoud werd via de makelaar tot stand gebracht. Koper maakte gebruik van de ontbindende voorwaarde door niet tijdig financiering rond te krijgen, waarop verkoper dit beroep aanvaardde en de koopovereenkomst als ontbonden beschouwde. De makelaar vorderde betaling van zijn courtage van verkoper, stellende dat de koopovereenkomst onherroepelijk was.
De rechtbank en het hof wezen de vordering af omdat koper en verkoper de ontbindende voorwaarde hadden aanvaard en de koopovereenkomst ontbonden was. De Hoge Raad oordeelde echter dat de makelaar zich tegenover zijn opdrachtgever niet kan beroepen op het feit dat de koopovereenkomst ontbonden is, zolang verkoper het beroep van koper op de ontbindende voorwaarde aanvaardt. De makelaar heeft recht op courtage omdat hij zijn opdracht heeft voltooid door de totstandkoming van de koopovereenkomst.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep van de makelaar en bevestigde het oordeel dat de makelaar geen beroep kan doen op een andere juridische vaststelling dan die van zijn opdrachtgever, maar oordeelde tegelijk dat het recht op courtage niet vervalt door de aanvaarding van het beroep op de ontbindende voorwaarde.
De Hoge Raad wees het beroep af en veroordeelde de makelaar in de proceskosten.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de makelaar wordt verworpen en zijn vordering tot betaling van courtage afgewezen.