Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de middelen
3.Beslissing
4 april 2017.
Hoge Raad
In deze zaak stond verdachte terecht voor medeplegen van moord op een 12-jarige jongen en medeplegen van poging tot moord op diens moeder, naar aanleiding van een schietpartij op een woonwagenkamp te Breda. Het gerechtshof 's-Hertogenbosch had verdachte eerder veroordeeld. Tegen dit arrest stelde verdachte cassatieberoep in bij de Hoge Raad.
De advocaat-generaal concludeerde tot verwerping van het cassatieberoep, en de Hoge Raad volgde dit advies. De middelen van cassatie konden niet tot cassatie leiden en behoefden geen nadere motivering, mede omdat er geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren.
De Hoge Raad bevestigde daarmee het arrest van het gerechtshof en verwierp het beroep van verdachte. Hiermee bleef de veroordeling voor medeplegen van moord en poging tot moord in stand. Het arrest werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren, en uitgesproken in een openbare terechtzitting.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en de veroordeling voor medeplegen van moord en poging tot moord wordt bevestigd.