ECLI:NL:HR:2017:618

Hoge Raad

Datum uitspraak
7 april 2017
Publicatiedatum
6 april 2017
Zaaknummer
16/04366
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake naheffingsaanslag loonheffingen

Belanghebbende, een besloten vennootschap, had beroep ingesteld tegen een uitspraak van het gerechtshof Den Haag inzake een naheffingsaanslag loonheffingen over maart 2013. Na hoger beroep door belanghebbende stelde zij cassatieberoep in bij de Hoge Raad. De Staatssecretaris van Financiën diende een verweerschrift in.

De Hoge Raad oordeelde dat het ingediende middel niet tot cassatie kon leiden en dat het geen rechtsvragen opriep die van belang waren voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Daarom werd het middel zonder nadere motivering verworpen.

De Hoge Raad achtte geen gronden aanwezig om proceskosten toe te wijzen en verklaarde het cassatieberoep van belanghebbende ongegrond. Het arrest werd uitgesproken op 7 april 2017 door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad.

Uitkomst: Het beroep in cassatie van belanghebbende wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

7 april 2017
Nr. 16/04366
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X] B.V.te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Den Haagvan 20 juli 2016, nr. BK-14/01671, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag (nr. SGR 14/905) betreffende de aan belanghebbende opgelegde naheffingsaanslag loonheffingen over het tijdvak maart 2013.

1.Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een middel voorgesteld.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.

2.Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren M.A. Fierstra en Th. Groeneveld, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 7 april 2017.