Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Bewezenverklaring en bewijsvoering
[A] .
€ 506.080
3.Beoordeling van het eerste middel
4.Beoordeling van het tweede middel
5.Slotsom
6.Beslissing
9 mei 2017.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in een strafzaak over opzettelijk onjuiste aangiften omzetbelasting in het kader van btw-fraude met geïmporteerde auto's uit Duitsland.
Verdachte werd verweten feitelijke leiding te hebben gegeven aan onjuiste of onvolledige aangiften omzetbelasting over meerdere maanden, waarbij te hoge terug te vragen btw werd vermeld. Het bewijs bestond uit onder meer verklaringen van verdachte bij de FIOD, ambtelijke verklaringen, administratieonderzoek en factuuranalyses.
Het Hof liet in het midden of verdachte voorafgaand aan de FIOD-verhoren een raadsman kon raadplegen, omdat verdachte ter terechtzitting verklaarde bij zijn eerdere verklaringen te blijven en geen belang had bij het verweer. De Hoge Raad oordeelt dat dit een onjuiste rechtsopvatting is en dat het Salduz-verweer niet zonder meer kan worden gepasseerd.
De Hoge Raad vernietigt het arrest en wijst de zaak terug naar het Hof voor hernieuwde berechting. Tevens merkt de Hoge Raad op dat ook zonder uitsluiting van de verklaringen niet zonder meer kan worden aangenomen dat verdachte opzettelijk onjuiste aangiften heeft gedaan, zodat het middel over motivering van het opzet niet hoeft te worden behandeld.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest en wijst zaak terug voor hernieuwde berechting wegens onjuiste rechtsopvatting over bewijsuitsluiting.