ECLI:NL:HR:2017:864

Hoge Raad

Datum uitspraak
12 mei 2017
Publicatiedatum
12 mei 2017
Zaaknummer
16/00690
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
Verwijzingen
4 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling aansprakelijkheid belastingadviseur en berekening inkomstenbelastingschade

In deze zaak stond de aansprakelijkheid van ABAB Accountants B.V. als belastingadviseur centraal, evenals de berekening van de inkomstenbelastingschade. De procedure begon bij de rechtbank ’s-Hertogenbosch en werd voortgezet bij het gerechtshof ’s-Hertogenbosch, dat op 27 oktober 2015 arrest wees. ABAB stelde beroep in cassatie in tegen dit arrest, terwijl de wederpartij een voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep instelde.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep van ABAB verworpen zonder nadere motivering, omdat de klachten niet leidden tot beantwoording van rechtsvragen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Hierdoor werd het voorwaardelijk incidentele beroep niet behandeld. De Hoge Raad bevestigde daarmee het arrest van het hof en veroordeelde ABAB in de kosten van het cassatiegeding.

De uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige beoordeling van aansprakelijkheid en schadeberekening in civiele procedures tegen belastingadviseurs. De Hoge Raad handhaafde de eerdere beslissingen en bevestigde de rechtspositie van de wederpartij.

Uitkomst: Het cassatieberoep van ABAB Accountants B.V. wordt verworpen en het arrest van het hof wordt bekrachtigd.

Uitspraak

12 mei 2017
Eerste Kamer
16/00690
TT/EE
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
ABAB ACCOUNTANTS B.V.,
gevestigd te Best,
EISERES tot cassatie, verweerster in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,
advocaat: mr. J.H.M. van Swaaij,
t e g e n
1. [verweerder 1],
wonende te [woonplaats],
2. [verweerster 2],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDERS in cassatie, eisers in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,
advocaat: mr. A.C. van Schaick.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als ABAB en [verweerder] c.s.

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 227488/HA ZA 11-467 van de rechtbank ’s-Hertogenbosch van 1 juni 2011 en 28 december 2011 en van de rechtbank Oost-Brabant van 13 maart 2013;
b. het arrest in de zaak 200.131.098/01 van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 27 oktober 2015.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft ABAB beroep in cassatie ingesteld. [verweerder] c.s. hebben voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld. De cassatiedagvaarding en de conclusie van antwoord tevens houdende voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor ABAB mede door mr. J.M. Moorman.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van ABAB heeft bij brief van 31 maart 2017 op die conclusie gereageerd.

3.Beoordeling van het middel in het principale beroep

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
Nu het middel in het principale beroep faalt, komt het voorwaardelijk ingestelde incidentele beroep niet aan de orde.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het principale beroep;
veroordeelt ABAB in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] c.s. begroot op € 2.028,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien ABAB deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en C.E. du Perron, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op
12 mei 2017.