ECLI:NL:HR:2017:978
Hoge Raad
- Herziening
- A.J.A. van Dorst
- V. van den Brink
- E.F. Faase
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek in witwaszaak met belastingfraude als grondslag
De zaak betreft een aanvraag tot herziening van een vonnis van de Rechtbank Gelderland waarbij de aanvrager is veroordeeld voor witwassen van geldbedragen afkomstig uit belastingfraude. De aanvrager stelde dat de rechtbank niet bekend was met het feit dat het bedrijf waarop de witwastransacties plaatsvonden reeds in 1997 bestond, en dat dit tot ontslag van alle rechtsvervolging zou hebben geleid.
De rechtbank had bewezen verklaard dat de verdachte in de periode 2006-2007 geldbedragen verwierf, voorhanden had, overdroeg en omzet met de wetenschap dat deze afkomstig waren uit een misdrijf. Deze bedragen werden gestort op een bankrekening van een niet-bestaand bedrijf waarvan alleen de verdachte en zijn echtgenote gemachtigd waren. Onderzoek door de FIOD toonde aan dat het bedrijf pas in 2009 was opgericht, wat de rechtbank aannam als verzonnen.
De Hoge Raad beoordeelde het nieuwe bewijs, bestaande uit documenten waaruit blijkt dat het bedrijf reeds in 1997 was opgericht en in 2013 was ontbonden. Dit nieuwe gegeven wekte echter geen ernstig vermoeden dat de eerdere veroordeling onjuist was, mede omdat de rechtbank ook het overdragen en omzetten van de geldbedragen had bewezen verklaard. Daarom werd de aanvraag tot herziening afgewezen.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst de aanvraag tot herziening af en bevestigt de veroordeling wegens witwassen.