ECLI:NL:HR:2018:1057

Hoge Raad

Datum uitspraak
3 juli 2018
Publicatiedatum
2 juli 2018
Zaaknummer
16/04955
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatie in zaak medeplegen poging woninginbraak

De verdachte werd in hoger beroep door het Gerechtshof Amsterdam veroordeeld voor medeplegen van poging tot gekwalificeerde diefstal door woninginbraak. Tegen dit arrest stelde de verdachte cassatieberoep in bij de Hoge Raad, waarbij klachten werden geuit over de bewijsmotivering.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep beoordeeld en geoordeeld dat de middelen niet tot cassatie kunnen leiden. Dit betekent dat de klachten over de bewijsmotivering niet voldoende zijn om het arrest van het hof te vernietigen. De Hoge Raad achtte geen noodzaak tot nadere motivering omdat de aangevoerde middelen geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Daarmee bevestigde de Hoge Raad het arrest van het Gerechtshof Amsterdam en verwierp het beroep van de verdachte. De uitspraak werd gedaan door de strafkamer van de Hoge Raad op 3 juli 2018, waarbij de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter en de raadsheren V. van den Brink en A.L.J. van Strien betrokken waren.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling voor medeplegen van poging woninginbraak.

Uitspraak

3 juli 2018
Strafkamer
nr. S 16/04955
ABO
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 29 september 2016, nummer 23/000149-16, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1989.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben C. Grijsen, advocaat te Almere, en R. van Leusden, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
3 juli 2018.