Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
3 juli 2018.
Hoge Raad
De verdachte werd door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld wegens medeplegen van mensensmokkel, specifiek het uit winstbejag behulpzaam zijn bij het verschaffen van verblijf in Frankrijk terwijl hij wist of ernstige reden had te vermoeden dat dit verblijf wederrechtelijk was.
Het cassatieberoep richtte zich op bewijsklachten omtrent het opzet op behulpzaamheid en het wetenschap of vermoeden van de wederrechtelijkheid van het verblijf. De advocaat-generaal adviseerde tot verwerping van het cassatieberoep.
De Hoge Raad oordeelde dat het middel niet tot cassatie kan leiden en dat geen nadere motivering nodig is omdat het middel geen rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling oproept. Het beroep werd derhalve verworpen.
Het arrest werd gewezen door vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter en raadsheren V. van den Brink en A.L.J. van Strien, uitgesproken op 3 juli 2018.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.