Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CONCLUSIE
eerstemiddel klaagt dat het hof niet dan wel onvoldoende heeft gerespondeerd op het uitdrukkelijk onderbouwd standpunt dat niet bewezen kan worden dat verdachte in de ten laste gelegde periode behulpzaam is geweest bij het verschaffen van verblijf in Nederland, nu hij geen actieve handelingen heeft verricht en onder verschaffen van verblijf in Nederland niet kan worden verstaan het enkele laten voortduren van huwelijk, terwijl uit de bewijsmiddelen de weerlegging van het uitdrukkelijk onderbouwd standpunt en de bewezenverklaring, waaronder het sluiten van een huwelijk in de ten laste gelegde periode, niet kan volgen.
Nadere bewijsoverweging
Feit 1
tweedemiddel klaagt over de strafmotivering.