Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
In de periode 2012 tot 2014 was [A] een klant van mij. Ik bood [betrokkene 1] mijn diensten aan. [betrokkene 1] had een kantoorruimte naast zijn woning, die kon ik gebruiken. Van daaruit deed ik mijn werkzaamheden. Ik deed de administratie, maakte offertes en ging bij klanten langs. Hij was met vakantie en ik heb al zijn zaken aangestuurd. Ik heb mijn bankrekeningnummer gebruikt. Ik heb het geld op mijn rekening laten storten.
Ik ben sinds juni 2014 werkzaam voor het bedrijf [A]. Ik werk als boekhouder voor [betrokkene 1]. [betrokkene 1] had een boekhouder in dienst genaamd [verdachte]. Het dienstverband met [verdachte] is op 3 mei 2014 beëindigd. Ik heb de boekhouding doorgenomen en ontdekte dat [verdachte] ten tijde van de vakantie van [betrokkene 1] facturen vervalste en aanpaste. Dit was in de maand september 2013. [verdachte] had diverse facturen voorzien van zijn eigen privé bankrekeningnummer. Hij had dit gedaan door het bankrekeningnummer van het bedrijf van [betrokkene 1] aan te passen in zijn eigen rekeningnummer. Hierdoor is [betrokkene 1] enkele duizenden euro's aan inkomsten misgelopen en heeft [verdachte] zich met deze inkomsten verrijkt.
3.Slotsom
4.Beslissing
3 juli 2018.