ECLI:NL:HR:2018:1101

Hoge Raad

Datum uitspraak
6 juli 2018
Publicatiedatum
5 juli 2018
Zaaknummer
17/02216
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt afwijzing cassatie in zaak beroepsaansprakelijkheid advocaat

In deze zaak stond de vraag centraal of de advocaat van eiser aansprakelijk kon worden gehouden voor een onrechtmatige daad jegens de processuele wederpartij, de Sociale Verzekeringsbank (SVB), in verband met het leggen van beslag en het voeren van een procedure.

Het geding in feitelijke instanties bestond uit een vonnis van de kantonrechter te Tilburg en een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch. Eiser stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof, maar de Hoge Raad volgde de conclusie van de Advocaat-Generaal en verwierp het cassatieberoep.

De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering noodzakelijk was, omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren. Eiser werd veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.

Uitkomst: Het cassatieberoep van eiser wordt verworpen en eiser wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.

Uitspraak

6 juli 2018
Eerste Kamer
17/02216
TT/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. D.Th.J. van der Klei,
t e g e n
SOCIALE VERZEKERINGSBANK,
gevestigd te Amstelveen,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. R.L.M.M. Tan.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en de SVB.

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. het vonnis in de zaak 3415571 CV EXPL 14-7320 van de kantonrechter te Tilburg van 15 april 2015;
b. het arrest in de zaak 200.175.868/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 7 februari 2017.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De procesinleiding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De SVB heeft een verweerschrift tot verwerping van het beroep ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 3 mei 2018 op die conclusie gereageerd.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de SVB begroot op € 2.672,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en C.E. du Perron, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer T.H. Tanja-van den Broek op
6 juli 2018.