ECLI:NL:HR:2018:1170

Hoge Raad

Datum uitspraak
10 juli 2018
Publicatiedatum
11 juli 2018
Zaaknummer
17/00653
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 36e Sr
Verwijzingen
3 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt beroep in cassatie inzake ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel

De betrokkene stelde cassatieberoep in tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 23 januari 2017, waarin een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel was toegewezen. Het middel richtte zich tegen de vaststelling door het hof dat de betrokkene voordeel had genoten uit de bewezen verklaarde feiten, terwijl volgens het middel ook voordeel uit een eerdere periode was betrokken.

De Advocaat-Generaal concludeerde tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad oordeelde dat het middel niet tot cassatie kon leiden en dat geen nadere motivering nodig was, omdat het middel geen rechtsvragen opriep die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Het arrest bevestigt dat de betrokkene voordeel heeft genoten uit soortgelijke feiten waarvoor voldoende aanwijzingen bestaan, en dat dit voordeel ontnomen kan worden op grond van artikel 36e Sr. Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en werd op 10 juli 2018 uitgesproken.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof bevestigd.

Uitspraak

10 juli 2018
Strafkamer
nr. S 17/00653 P
AKA
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 23 januari 2017, nummer 20/002310-12, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste van:
[betrokkene], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1974.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze hebben R.J. Baumgardt en P. van Dongen, beiden advocaat te Rotterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
10 juli 2018.