Uitspraak
regio Zuidwest Nederland, gevestigd te Middelburg,
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
13 juli 2018.
Hoge Raad
De zaak betreft een verzoek tot cassatie door de moeder tegen een beschikking van het gerechtshof 's-Hertogenbosch inzake ondertoezichtstelling van haar kind. De eerdere beslissingen van de rechtbank Zeeland-West-Brabant en het hof zijn aan het dossier gehecht.
De moeder stelde beroep in cassatie in tegen het hofarrest, terwijl de Raad voor de Kinderbescherming als verweerder in cassatie niet is verschenen. De Advocaat-Generaal adviseerde tot verwerping van het cassatieberoep met toepassing van artikel 81 lid 1 van Pro het Wetboek van Rechtsvordering.
De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat de klachten geen rechtsvragen bevatten die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad wees het cassatieberoep af en bevestigde daarmee de beschikking van het hof, waarmee de ondertoezichtstelling in stand bleef.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de ondertoezichtstelling.