ECLI:NL:HR:2018:1173

Hoge Raad

Datum uitspraak
13 juli 2018
Publicatiedatum
11 juli 2018
Zaaknummer
17/05943
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 1:255 BW
Verwijzingen
6 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep inzake ondertoezichtstelling in personen- en familierecht

De zaak betreft een verzoek tot cassatie door de moeder tegen een beschikking van het gerechtshof 's-Hertogenbosch inzake ondertoezichtstelling van haar kind. De eerdere beslissingen van de rechtbank Zeeland-West-Brabant en het hof zijn aan het dossier gehecht.

De moeder stelde beroep in cassatie in tegen het hofarrest, terwijl de Raad voor de Kinderbescherming als verweerder in cassatie niet is verschenen. De Advocaat-Generaal adviseerde tot verwerping van het cassatieberoep met toepassing van artikel 81 lid 1 van Pro het Wetboek van Rechtsvordering.

De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat de klachten geen rechtsvragen bevatten die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad wees het cassatieberoep af en bevestigde daarmee de beschikking van het hof, waarmee de ondertoezichtstelling in stand bleef.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de ondertoezichtstelling.

Uitspraak

13 juli 2018
Eerste Kamer
17/05943
LZ/MD
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[de moeder],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. G.E.M. Later,
t e g e n
RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING,
regio Zuidwest Nederland, gevestigd te Middelburg,
VERWEERDER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de moeder en de raad.

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de beschikking in de zaak C/02/328502/JE RK 17-525 van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 11 april 2017;
b. de beschikking in de zaak 200.217.142/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 14 september 2017.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van het hof heeft de moeder beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De raad heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.L.C.C. Lückers strekt tot verwerping van het cassatieberoep met toepassing van art. 81 RO Pro.
De advocaat van de moeder heeft bij brief van 15 juni 2018 op die conclusie gereageerd.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, M.J. Kroeze en C.H. Sieburgh, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer T.H. Tanja-van den Broek op
13 juli 2018.