ECLI:NL:HR:2018:1175

Hoge Raad

Datum uitspraak
13 juli 2018
Publicatiedatum
11 juli 2018
Zaaknummer
17/03181
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 6 lid 1 Mw
Verwijzingen
5 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt nietigheid besluiten ondernemersvereniging wegens mededingingsbeperking bij leeftijdscontrole tabak en alcohol

In deze zaak stond centraal of besluiten van de ondernemersvereniging Centraal Bureau Levensmiddelenhandel (CBL) mededingingsbeperkend waren en daarmee nietig moesten worden verklaard. Het betrof een code en campagne ter uitvoering van het wettelijke verbod op verkoop van tabak en alcohol aan jongeren, waarbij een leverancier van een systeem voor leeftijdscontrole op afstand zich benadeeld voelde.

De rechtbank Den Haag en het gerechtshof Den Haag hadden eerder geoordeeld dat de besluiten van CBL een mededingingsbeperkende strekking hadden en daarom nietig waren. HEM, de eiseres in cassatie, stelde zich hiertegen verweer en bracht het geschil voor de Hoge Raad.

De Hoge Raad oordeelde dat de klachten van HEM niet tot cassatie konden leiden en verwees naar artikel 81 lid 1 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. De Hoge Raad bevestigde daarmee het arrest van het gerechtshof en veroordeelde HEM in de kosten van het geding in cassatie.

Deze uitspraak onderstreept het belang van mededingingsrechtelijke toetsing van besluiten van ondernemersverenigingen, ook wanneer deze besluiten betrekking hebben op maatschappelijke doelen zoals de naleving van leeftijdsgrenzen bij de verkoop van tabak en alcohol.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de nietigheid van de besluiten van CBL wegens mededingingsbeperking.

Uitspraak

13 juli 2018
Eerste Kamer
17/03181
LZ/EE
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
HOLLANDSCHE EXPLOITATIE MAATSCHAPPIJ B.V.,
gevestigd te Etten-Leur,
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. J. van der Beek,
t e g e n
de vereniging CENTRAAL BUREAU LEVENSMIDDELENHANDEL,
gevestigd te Leidschendam,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. R.P.J.L. Tjittes.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als HEM en CBL.

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak C/09/487382/HA ZA 15-499 van de rechtbank Den Haag van 22 juli 2015 en 9 maart 2016;
b. het arrest in de zaak 200.193.392/01 van het gerechtshof Den Haag van 4 april 2017.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft HEM beroep in cassatie ingesteld. De procesinleiding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
CBL heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, voor CBL mede door mr. J.L. Luiten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal B.J. Drijber strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van HEM heeft op 8 juni 2018 schriftelijk op die conclusie gereageerd.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt HEM in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van CBL begroot op € 854,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren G. Snijders, C.E. du Perron, M.J. Kroeze en C.H. Sieburgh, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer T.H. Tanja-van den Broek op
13 juli 2018.