ECLI:NL:HR:2018:1206

Hoge Raad

Datum uitspraak
13 juli 2018
Publicatiedatum
12 juli 2018
Zaaknummer
17/05471
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 3:182 BWArt. 3:186 BW
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt afwijzing cassatie in geschil over feitelijke verdeling huwelijksgoederengemeenschap Sint Maarten

In deze zaak staat centraal of kort na de echtscheiding in 1985 al sprake was van feitelijke verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap tussen ex-echtgenoten woonachtig in Sint Maarten. Het geschil werd behandeld door het gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten en het gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba. De Hoge Raad verwijst naar de vonnissen van deze instanties voor het gedingverloop.

Verzoekster stelde beroep in cassatie in tegen het vonnis van het hof, waarin haar vordering werd afgewezen. Verweerders in cassatie hebben geen verweerschrift ingediend. De Advocaat-Generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen.

De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden en dat geen nadere motivering nodig is omdat geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde zijn. Het beroep wordt verworpen en partijen dragen ieder hun eigen kosten van het cassatiegeding.

Deze uitspraak bevestigt daarmee de eerdere beslissingen van de lagere instanties en sluit het geschil over de feitelijke verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap af.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de eerdere uitspraak blijft in stand.

Uitspraak

13 juli 2018
Eerste Kamer
17/05471
TT/EE
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[verzoekster],
wonende in Sint Maarten,
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. C. Reijntjes-Wendenburg,
t e g e n
1. [verweerder 1],
2. [verweerster 2],
beiden wonende in Sint Maarten,
VERWEERDERS in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoekster] en [verweerder] c.s.

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak AR 151/2014 van het gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten van 19 mei 2015, 22 september 2015 en 8 maart 2016;
b. het vonnis in de zaak AR 151/14 - ghis 80312 - H 305/16 en 305A/16 van het gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba van 1 september 2017.
Het vonnis van het hof is aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het vonnis van het hof heeft [verzoekster] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[verweerder] c.s. hebben geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.L.C.C. Lückers strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
compenseert de kosten van het geding in cassatie aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, C.E. du Perron en M.J. Kroeze, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer T.H. Tanja-van den Broek op
13 juli 2018.